Het traject van een luwtewerker bij More begint met een onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van de kandidaat. Wat wil men en wat kan men, en wat niet? Op basis van dit onderzoek wordt een profiel opgesteld en een inschatting gemaakt van aard, loop en duur van het traject.
Het traject is onderverdeeld in drie fasen.
De eerste fase van luwtewerk draait om "doen wat haalbaar is". Zo wordt een begin gemaakt met de opbouw van werkritme en motivatie. Samen met een begeleider / mentor worden per dag de doelen vastgesteld. De productiedruk blijft in deze fase beperkt.
In de tweede fase wordt er een start gemaakt met het opdoen en uitbreiden van meer gerichte werkervaring. Ter zake kundige begeleiders (gildemeesters) vormen de basis van de werkplaatsen en stellen luwtewerkers in staat om op het eigen niveau aan opdrachten te werken. De re-integratiecoach en de luwtewerker waken samen over de re-integratiedoelen en voortdurende beoordelingen geven inzicht in de stand van zaken.
In deze fase vinden de werkzaamheden nog steeds plaats binnen de beschermde omgeving van More. De belastbaarheid van de luwtewerker wordt verder opgebouwd. De duur van deze fase is variabel, afhankelijk van de mogelijkheden en doelen van de luwtewerker.
In de derde fase wordt de gerichte werkervaring van de luwtewerker uitgebreid. Ook zullen de werkbelasting en complexiteit van de werkzaamheden geleidelijk verder toenemen. De luwtewerker ontwikkelt zich en krijgt ruimte voor nieuwe doelen. In deze fase wordt ook gekeken naar de arbeidsmarkt en de plaats die de luwtewerker daar kan innemen.